Ogoh-Ogoh
Hoi allemaal,
We zijn helemaal ondergedompeld in de Balinese Hindoecultuur. We vragen ons al een poosje af hoe die nieuwjaarsviering zal gaan. Eeen van de bediendes en zijn vriend de badmeester nodigen ons uit achter op de brommer om de Ogoh-Ogoh mee te maken. Zijn dorp viert dat een dag eerder dan de rest van Bali. Ogoh-Ogoh zijn grote carnavalspoppen vcan van 3 meter hoog, voorstellend de goede en kwade geesten. Deze Ogoh-Ogoh worden op een bamboe plateau bevestigd en midden in het dorp op het tempelplein neergezet. Via hobbelige, kronkelige paadjes zijn we alos enige gasten aangekomen, midden in de rimboe en donker. Er klinkt geschreeuw, gelach. En er zijn fakkels. Dan worden de Ogoh-Ogoh omhoog getild door sterke jongens die zich voor een deel flink te goed hebben gedaan aan een soort klapperjenever. De priester, helemaal in het wit gekleed, steekt wierook aan op het altaar en geeft het startteken. Het hele dorp, en wij dus ook, loopt achter de Ogoh-Ogoh aan. Eerst lopen we drie rondjes over het tempelplein en daarna gaan we zingend, lachend, begeleid door een gamalanband het dorp door de bossen in. Ondertussen lopen er jongens met grote bamboepijpen lukraak karbit af te schieten, ongelofelijk hard en steeds weer heel onverwachts. Aan het eind van de tocht worden de Ogoh-Ogoh in de fik gestoken. De kwade geesten die langs het eiland komen schrikken hierdoor af en gaan voorbij. De dorpelingen vinden het prachtig dat wij er zijn, en wij ook, maar volelen ons ook wat onwennig. Hoewel op de foto's alle Ogoh-Ogoh er wat monsterlijk uitzien, maken de Balinesen wel onderscheid tussen de zwareten en de witten. Op veel tempelingenagen zie je ook veel griezelkoopen: allemaal bedoeld om kwade geesten te verdrijven. Wij worden weer keurig bij het hotel afgezet, vallen in slaap en hebben de volgende dag onze kookworkshop. Een enthousiaste chefkokleert ons met 2 Engelsen de fijne kneepjes van de Indonesische keuken, nadat we op een marktje de pure ingredienten hebben gezien. Uiteraard hebben we heerlijk gegeten!
Dan wordt het Nyepi(njipi, dus niet op zijn Fries). We krijgen een A4tje met gedragsinstructies, de rust is die dag betgrekkelijk en het zwembad vol. 's Avonds branden alleen de lampen in het restaurant. We genieten volop van de prachtige sterrenhemel boven de zee. Rond 18.00 uur is het hier al donker. Vanwege de verwachtte drukte had onze badmeester (die van de Ogoh-Ogoh) voor ons al matrassen klaarliggen. Ja, we maken hier vrienden.
Aan alles komt ook een einde. Over enkele uren worden we naar het vliegveld gebracht voor een lange terugreis. Om de overgang niet al te groot te laten zijn verlaten we dit palmeneiland en hopen aan te komen in Nederland vroeg op Palmzondag.
Dit is onze laatste bericht. Jullie reacties vinden wij leuk om terug te lezen.
Hartelijk dank: Tarimah Kasi!
groetjes Hennie & Theo
Bali, Nyepi
Hoi medereizigers,
We zijn inmiddels op Bali aangekomen per varend 'iets'. Bali ligt 5 km. van Java en het tijdverschil is 1 uur, en dat is nog maar het minst opvallende verschil. Het hele eiland ademt een grote Hindoecultuur uit. Ieder familie, dorp en regio heeft zijn eigen tempel(tje). Bij elkaar zijn dat er meer dan dat er huizen zijn. We hebben ook het gevoel in een paradijsje te zijn terecht gekomen. In Pemuteran ontbijten we op het strand, 5 meter van de zee. Het strand is smal, geel/grijs gekleurd. Het grijze komt van het lavagesteente. Ons onderkomen ligt hier in een prachtige tuin, ecologisch onderhouden. We douchen buiten tussen de palmbomen (wel ommuurd hoor!). Voor 't eerst hebben we een Engels sprekende gids, maar wel een met een spraakgebrek, want hij kan geen f en v klank uitspreken. Inplaats daarvan laat hij een p horen (lees zo de woorden maar eens: ferry, wife, move, from, Java). De bedienden hebben een paar rijstkorrels tussen de wenkbrauwen en op ademsappel als symbool van positief denken. We vonden ze zelfs in ons bed, maar dat zal wel een andee betekenis hebben. Er wordt veel geofferd: in de familie-altaartjes brengen de vrouwen 3 keer per dag bloemen, fruit, en mooie vormen van palmbladeren; meestal ook een wierookstokje er in. Ook op de grond voor ons huisje ligt het een en ander in een gevlochten bakje. Zelf hebben we ook grote tempels gezien. De Pulaki tempel is gebouwd tegen een berg (berg=heilig) waar aapjes al heel lang woonden, dus mogen ze blijven. Het krioelt er van en ze stelen alles wat los zit en glimt. Onze snorkeltocht ging niet door vanwege de 3 meter hoge golven in de Balizee. Wel hebben we een fietstocht van 25 km gemaakt op mountainbikes: een feest! Onze gids en chauffeur brachten ons naar een hoge berg daar ontvingen wij de fietsen en konden ons 25 km lang naar beneden laten gaan met de hand op de rem, geescorteerd door de chauffeur van de fietsverhuurder ( met 2 reserve fietsen in een wagenbak), onze eigen chauffeur onze gids op de fiets en de speciale fietsgids. Er kon ons iets gebeuren dan hadden we altijd nog 4 helpers bij de hand. Onderweg kwamen we in een dorpje waar een offerfeest aan de gang was. Heel bijzonder om daar tussen te kunnen staan. Inmiddels ziijn we in Ubud aangekomen. We begrijpen nu ook waarom onze gevraagde 'vrije dag' op 23 maart valt. Deze dag is het Bali-Hindoe nieuwe jaar: Nyepi. De betekenis is een stille dag, viering van het nieuwe jaar volgens de Balinese Caka kalender. 1e dag van het nieuwe jaar: totale stilte, vasten, geen gebruik van vuur of electriciteit. Iedereen moet in huis blijven de hele dag voor meditatie. Dit is een oude gewoonte die nog strikt nageleefd wordt. Bali is dan echt van de wereld afgesloten, het vliegveld is ook dicht. Van gasten wordt verwacht solidair te zijn. De enkele moslim of christen vertrekt die dagen naar Java, wij passen ons aan (denken we). Op deze dag medidteert iedereen binnen en maakt in gedachten schoon schip met iedereen waar hij of zij iets lelijks tegen heeft gezegd in het afgelopen jaar. De dag ervoor is er een soort Hindoe carneval: dan worden de goden op de schouders in een processie door het dorp gedragen en wordt er veel lawaai gemaakt om te zorgen dat de slechte goden verdwijnen. De voorbereidingen zijn al volop aan de gang, en we zien 's avonds veel dans, muziek en proefprocessies. We zijn zeer benieuwd wat het wordt.
Het was ook fantastisch om zelf een batikworkshop te volgen. Kom gerust onze resultaten in Leusden bewonderen. We hebben nog een kleine week te gaan en hopen binnenkort nog wat foto's te kunnen plaatsen waar zeker de rijstveldenplateaus niet zullen ontbreken.
groetjes,
Theo & Hennie
Java
Selamat datang digitale medereizigers,
Net gewend aan het horas, blijk je daarmee op Java geen succes te hebben, want dat zeggen ze alleen op Sumatra. Na 2 uur vliegen werden we verwelkomd door onze gids Tonny met chauffeur Sogan. Daar sta je dan op het eiland Java, 20 km bij 1000 km, het dichtsbevolkte eiland van de wereld. Jakarta is een smogstad, waar de scharrelkippen en -hanen en goed leven hebben. Java ademt een totaal andere sfeer uit dn Sumatra. Het koloniale verleden is nog voelbaar. Vreemde vogels zijn hier niet, want volgens Tonny, zijn die al lang opgegeten. Tonny overlaadt ons met jaartallen en oorlogsdaden, 10 dagen lang! De armoede en de grote potsierlijke huizen vormen schril contrast met elkaar. Het eerste monument zien we op het vrijheidsplein wat op zondag vol is met sporters, omdat 's ochtends het centrum van Jakarta autovrij is. Tonny spreekt graag in verkleinwoordjes: ' dit monumentje is door Soekarno neergezet als symbool van de eeuwige strijd tussen Ned. en Indonesie. ' Midden in de stad zien we een Nederlands ophaalbruggetje. De oude vrachthaven Sunda Kelata, laat een grote primitieve bedrijvigheid zien op en bij de schepen waarvan je je afvraagt hoe ze drijvend en varend gehouden worden. Het wayang (=schaduw) poppenmuseum geeft een aardig beeld van de verhalen en sprookjes uit het verleden. Bijgeloof speelt hierbij een grote rol. De weg naar Bandung leidt over de Posweg, bedacht door gouveneur Johan van Riebeek. Midden in Bandung prikte hij zijn wandelstok in de grond als startpunt van de weg. Een kleine steen als nulpunt staat er nog. Hoewel je bijna alle religies vanuit de hele wereld tegenkomt is de Islam met 78% de grootste. Op de plafonds van de hotelkamers, lodges en cottagesvind je ergens en pijltje dat de richtig naar Mekka aangeeft. Heel verfrissend is ons bezoek aan de Angklung-school, een muziekschool op 4-jarige leeftijd de angklung leren bespelen, een muziekinstument helemaal van bamboe. Een soort rechtopstaande xylofoon. De instrumenten worden op het schoolterrein gemaakt en zorgvuldig op toon gezet (ook voor de export) . We hebben een museum bezocht, waar begin jaren 50 de Afro-Aziatische conferentie heeft plaatsgevonden. Er werd een verklaring opgesteld vergelijkbaar met de Universele rechten van de mens, maar dan alleen geldend voor deze 2 werelddelen. In 7 uur bracht de trein ons naar Yogyakarta, langs prachtige rijstvelden en hoge smalle bruggen zonder afrastering. In de stromende regen bereikten wij ons hotel. Iedere middag na 3 uur plenst het lauw water. na 2 a 3 uur is het over. In en batikatellier hebben we het hele batikproces gezien. Kunstenaar Kabul, die zichzelf de Picasso van Yogya noemt, maakt een ontwerp dat jonge meisjes vervolgens uitvoeren. Het kraton, het paleis van de sultan, hebben we gezien. Deze sultan heeft met Juliana in Leiden gestudeerd. Zij gaf hem de naam sultan Henkie. Eenmaal op zijn troon begon hij de Nederlanders steeds meer te wantrouwen. En dan is daar de Borobudur, een Boedistische tempel, het 8e wereldwonder. De stoepa's, hebben geruite openingen waardoor je een boedha kunt zien. Sommigen zijn min of meer onthoofd. Deze tempel heeft 7 terrassen elk een hemel voorstellend. Wij zijn in de 7e hemel geweest. De Prambanan is een Hindoe tempel in de Javaanse cultuur en heeft veel te leiden gehad van de aardbeving in 2006. Hij is opgebouwd uit een blokkendoos. Naast veel cultuur zien we ook prachtige natuur. Zo wat alle kruiden en specerijen die in een gemiddelde keuken voorkomen zien we hier groeien.
De vlag van Indonesie is wit rood. Rood is guna is rietsuiker. Wit is klaper is kokosnoot. Beide zijn de grootste bron van inkomst. Inmiddels zijn we de grens overgestoken van Midden- naar Oost Java door de poort Soekata Tazari. In Malang zijn veel oud-Hollandse huizen bewaard gebleven, wat hebben die Ned. er toch royaal geleefd: officieren, gouverneurs en natuurlijk Louis Couperus en Matahari. We reizen een lange dag door en komen aan in Tosari. Snel naar bed, want om 03.30 uur gaat de wekker om daarna per fwd-jeep het nationaal park omhoog in te rijden, de zonsopkomst mee te maken en de nog werkende vulkaan Bromo te zien. Woorden schieten te kort, gelukkig hebben we de foto's. Een 2e actieve vulkaan Ijen kunnen we niet bezoeken vanwege opkomende giftige gassen. Als alternatief gaan we naar een weeskinderen basisschool in een prachtige kruidentuin en plantage, gerund door een in Wageningen gestudeerde biologe. Na een educatieve rondwandeling worden we met thee en dansjes onthaald, natuurlijk hebben we mee gedanst.
Terwijl we vanmiddag op de waranda zitten klimt er een Javaan in een kokospalmboom, plukt een kokosnoot en vraagt of we willen drinken en eten. Met een kapmes maakt hij de kokosnoot open en schenkt 2 vole glazen uit. Een deel van die kokosnoot holt hij uit. We krijgen allebei en halve kokosnoot en kunnen met het gemaakte meslepeltje de vrucht uitschrapen en opeten.
De ' vrije dag' vandaag hebben we gebruikt om een klein dorpje langzaam, langzaam te bekijken, waar men alluminium pannen maakt en het leuk vindt om met ons te babbelen. Het wordt ons te warm en we eindigen in het zwembad achter ons hotel.
groetjes Theo en Hennie
Sumatra
Horas allemaal,
Zo, we zijn in een totaal andere wereld beland. Dit Spicy Island, door Marco Polo Suma Terra genoemd, voelde aan alsof we onder een warme douche zijn gekomen. De hartelijke, traditionele ontvangst door onze gidsvrouw Rini en chauffeur Addie gebeurde door het omhangen van een prachtige sjaal over onze schouder. Dini is een prachtig klein Indonesisch Nederlands sprekende vrouw. Haar welkomceremonie werd afgesloten met 3 Nederlandse zoenen, want dat wist ze. Ons hotel, vlak naast het Vrijheidsplein in Medan, was meer dan welkom om ons op te frissen en uit te rusten op ons kingsize bed. We moeten wel wennen aan deze smogstad, die we uiteraard hebben verkend in een zeer laag wandeltempo. Het verkeer is er een grote chaos: al toeterend zoekt iedereen zijn weg door straten met grote kuilen en gaten. Het oversteken van een straat is geheel voor eigen risico. Veel doet denken aan een Nederlands verleden met een postkantoor en stadhuis gebouwd door Nederlandse architecten. Een van die gebouwen is ook het Tip Top restaurant, waar je op de menukaart o.a. leest: moorkoppen en bitterballen. We raken overigens niet uitgedronken op die heerlijke versgeperste fruitsappen. Na een bezoek aan het paleis van de sultan Delhi (1888), de grote Moskee Mesjid Raya, en de Chinese tempel, zijn we het Nationaal Park ingereden. Onderweg kwamen we terecht midden in een Batakbruiloft. Na een fotosessie reden we enkele minuten door om vervolgens in een begrafenisfeestje terecht te komen. Na 3 uur bereikten we Bukit Lawang , een dorpje aan het begin van het National Park Gunung Leuser, 2,5 miljoen ha groot. We hebben iets met hangbruggen, want ook hier moeten we om onze ecolodge te bereiken over een wiebelend geval met losse planken. Gelukkig dragen getrainde jongens voor 65 cent je bagage naar de overkant. Na een wandeling aan de rand van de jungle en een rivier bracht Rini ons weer naar onze lodge waar we in een aardenwerkenpot ons heerlijk hebben gewassen alleen met koudwater uit een bamboepijpje uit de muur. Nauwelijks bekomen van deze schoonmaak staat daar plots een klein vrouwtje voor ons: ' Hallo, mama BIbi, massage,LEKKERRRR?' Dat lieten we ons maar eens gebeuren. Het was heerlijk, met junglegeluiden om ons heen. Onder onze klamboe was het heerlijk slapen en na het ontbijt gingen we voor de grote jungle tocht voor 6 uur. Onze gids Rouan, is een echte jungleman, die op de vraag waar hij woonde, antwoordde: ' My backpack is my home.' Als kind speelde hij al in de jungle. Langs rubberbomen leidde hij ons verder de jungle in. Na bamboe, rotan, passievruchten en merantibomen (55 meter hoog en mensgrote wortels boven de grond) komen we de eerste Thomas aapjes met lange staart tegen.Deze leven in groepjes en springen van de ene boomtak naar de andere (soms wel 5 meter). Dit itt de oran-oetangs, die eerste een tak of een luaan vastpakken en dan als Tarzan meters verderop zwiepen.Het duurt even, ,aar onze gids weet met speciale geluiden de oran-oetangs te lokken. We zijn met z'n drieen. Dat maakt de meesten wat minder schuw, maar Nina met kind heeft een agressieve bui: oppassen geblazen. Een halfuur later komen we een mannelijke tegen, 2 keer zo groot als het vrouwtje. Deze is goed benaderbaar net als de volgende moeder met kind. Ze eten uit je hand! Na 5 uur lopen, doorweekt van het zweet, kwamen we bij de Boharrok rivier. Aan de overkant stond een jongen met nassie klaar dat hij halfzwemmend boven zijn hoofd naar ons toebracht. Het laatste deel van de tocht hebben we raftend in 3 autobanden afgelegd. Nog maar net klaar met het wassen in de aardenwerkenpot of daar stond ze weer mama Bibi. Deze keer liet zich alleen Theo zich verleiden, zijn steekhoudende argument was: ' Oh, ik ben zo op mijn stuitje gevallen, dit helpt vast wel.' De volgende dag vroeg op, over de hangbrug en weer verder met de auto. Prachtig om het landschap zo aan je voorbij te zien gaan. Onderweg hebben we bij een fruitmarkt gestopt en ook vleermuizen en aapjes voor consumptie waargenomen., want die Bataks eten werkelijk alles: ook honden, katten, slangen. Wij eten voorlopig vegetarisch. We zijn nu in het gebied van de Bataks, een primitief volk, dat in viezigheid leeft maar gelukkig is. Ze hebben, volgens Rini, nooit geleerd hun leven te organiseren. Af en toe zie je een prachtig huis in aanbouw en dat blijkt dan een familiegraf te worden, want de tijd na dit korte leven duurt langer en uit voor respect voor de overleden familie bouw je zoiets. In Dokan zijn nog 6 oude Batakhuizen in tact, allen gebouwd met hout en touw. Toen de architect overleed stopte de bouw van deze huizen, want er waren geen tekeningen achtergelaten. Je ziet dat de daken uit 4 punten bestaan, wijzend naar de 4 windstreken. Een traditionele boot die in Nederland al lang van het water gehaald zou zijn,heeft ons in de stromende regen naar het eiland Samosir gebracht. Deze zette ons af in het dorpje Tuk Tuk, of beter: hij meerde af aan de rand van ons bungalowpark. Morgen brengt deze waterbus ons weer naar de vaste wal, maar je moet wel eerste bellen of hij deze 'halte' aan doet. Tsja, en dan komt toch het moment van 'binnenlandse onlusten'. Met diacura, ORS en cola ben je er binnen 4 dagen weer vanaf, maar toch lastig onderweg. De huizen, ook van ons bungalowpark, hebben zadeldaken. De traditie van de mystiek en magie gelooft volgens Rini, dat deze bedoeld zijn voor de goden om daar op te kunnen rusten tijdens hun tochten. Ongetwijfeld denk je dan aan de eeuwenoude Nederlandse kerktorens met zadeldak. Zou men daar toen ook zoiets bij gedacht hebben? We hebben gezien hoe koppensnellers te werk gingen en hoe bijgeloof een grote rol speelt en heeft gespeeld. Islam en Christendom nemen een even groot deel in. Rini, zelf moslima, vertelde dat elk hotel hallal gerechten bereidt. Ons verblijf waar we nu zitten wordt gerund door een Duits-Indonesisch echtpaar.Zij heeft het personeel bruin brood en pannekoeken leren bakken, deze worden in stukjes bij het ontbijt geleverd. Onze lunch bestaat meestal uit noodlesoep. Per mountainbike hebben we een dag heuveltje op, heuveltje af een paar interessante plekken bezocht. Theo mocht niet meer aan de versnelling zitten, want na een paar honderd meter lag de ketting er al af. Vandaag hebben we 3,5 uur gewandeld, gedeelteijk soppend door de rijstvelden. Het peperveld dat we ook tegen kwamen mochten vrouwen alleen passeren als ze niet ongesteld waren. Ha, ha , wij konden doorlopen. Wij doen hier zoveel indrukken op in dit warme klimaat dat het bijna te veel is om op te noemen. En, Hans, daar worden we ook 'prettig moe' van. Onze plaatjes vertellen binnenkort onze belevenissen door het oog van de camera.
groetjes en tot in Java.
Foto's
Hoi alle digitalemeereizigers,
We zijnruim 2uur bezig geweest met een aantal foto's te plaatsen, en dan komt er een berichtje op het scherm van Reismee dat wegens onderhoud er tijdelijk geen foto's geplaatst kunnenworden. Heb geduld, maar we hopen dat ons verhaal ook al een beetje beeldend is.
tot Sumatra!
Hennie en Theo
Blue nose fish
'Hello dear, how are you?' ' Hello I' m fine, thank you, and how are you?' ' Well, I' m fine, thank you, Can I help you? Zo verloopt ongeveer een standaard ontmoeting inh winkels en bij de campground receptie. Het is overigens niet echt de bedoeling dat je op de gestelde vraag in gaat. Net als je het systeem door hebt, kom je een vrouw tegen met een kreeft in een schaaltje. Dan betekent dit openingsritueel de start van een heerlijke lunch. Behalve een zelfgevangen kreeft had deze corpulente dame een pan vol met zelf gevangen en pas gekookte blue nose fishes. Zelfs voor haar was dit te veel, waardoor wij een zak vol mee kregen voor op de sandwiches: heerlijk! Tijdens onze wandeling over het strand bij Haast beach hebben we grote roze slakkenhuizen gevonden, handgrootte. Zo'n strand blijkt echter het eigendomsgebied van de Variable Oyster Catcher te zijn, zo vinden deze vogels. Ze zijn zwart en meenden in Hennie's hoofd een indringer te herkennen. Ter bescherming van hun nazaten scheerden 2 catchers rakelings en krijsend over Hennie's hoofd. Ze moest echt wegduiken. Het was alsof we in Hitchcocks Birds terecht waren gekomen.
Opvallend is ook dat op veel stranden grote stukken hout zijn aangespoeld, afkomstig van ontwortelde bomen op rotsachtige eilandjes. Prachtig! Nog steeds zijn we niet af van de sandflies, maar de zoute oceaan heeft een positieve inhvloed op de jeukbulten.
De NZ' ers hebben een possum ingevoerd om konijnen te verdelgen. Ze eten echter ook de nachtvogel Kiwi. Omdat de possum geen natuurlijke vijand heeft groeit het aantal aanzienlijk. Op elke inwoner zijn 20 possums. Wij zien ze alleen dood op de highway. De Rowi Kiwi is een nachtvogel die heel snel loopt , maar die niet kan vliegen. Het wijfje legt eieren zo groot als een vuist. De Maouri's , waarover we eerder spraken, maken prachtige voorwerpen van hout. Omdat ze geen geschreven taal hadden, bewerkten ze hun gezichten met tattoos. Soms is het een eigen verhaal , of een stamboom. Hoe voornnamer je bent, hoe meer tattoos je hebt. Nu zoeken we alleen nog de betekenis van het tong-uit-steken.
Op vallend in dit deel van NZ zijn de bossen met een mix van hoge varens, palmen en een soort broccolibomen. Die laatste zijn door ons zo bedacht. In het fruitgebied zien we rijpe kiwi's hangen en hopstruiken. Een boottocht van Kaiteriteri tot Totaranui laat ons de prachtige kust van het Abel Tasman Nationaal park zien, met verschillende strandbaaien. Op een van die baaien zijn we met een boot afgezet, zodat we naar en volgende baai konden lopen. NZ kent ook zijn uitgestrekte wijndruivenvelden. Bij elk veld staat een bord met wijnetiket erop. Je weet dus precies waar jouw NZwijn vandaan komt. In Picton vertelde een verkoopster dat NZ de slechte zomer sinds 25 jaar meemaakt: te veel regen, onweer, hagel en te lage temperatuur. Normaal is het 30 graden, nu slechts 25. Met de ferry in 3,5 uur van het Zuider naar het Noordereiland varen kan mooi zijn, maar dan moeten de wolken niet naar beneden vallen, zoals bij onze overtocht. In Wellington hebben we het prachtige museum Te Papa bezocht. In een nagebouwd huis hebben we een aardbeving ervaren. Met de filmpjes van omvallend huisraad is dit een hele belevenis. Tijdens een stop in Wanganuie ontdekten we een stoom-radar-boot uit 1900. Veel oude huizen uit het koloniale tijdperk zijn bewaard gebleven. Vooral het opera house(ongeveer het Amsterdamse Carre) is mooi van goedkope oudheid. Op onze doorreis zijn we in een zeer zware onweersbui terecht gekomen. Op de campground , waar we daarna overnachttenn had het zo gehageld dat er nog kleine bergjes een dag bleven liggen.Volgens enkele kranten bleek het weer zeer uitzonderlijk. In Auckland had het vliegverkeer uren vertraging. Voor wie de films Lord of the Ring heeft gezien kan zich voorstellen door wat voor streken we rijden: onheilspellend! Er is een vulkanische lijn die loopt van Taupo, via Roturua, richting White Island, de nog werkende vulkaan die we hebben bezocht. Bij Roturua zijn veel geizers te zien. Hier en daar zie je stoom uit de struiken komen. Een campingbaas zei ons dat we bij hem een schepje konden krijgen om op het strand een kuil te graven waarin dan spontaan onze eigen hotspot ontstond. Bizar, niet?! Opvallend is ook dat hier iedere school niet alleen zijn eigen schooluniform heeft, maar dat de kinderen op het plein een bijkleurende hoed met brede rand dragen. Die hoedjes hebben een beschermende functie tegen de White backed magpie, een een agressieve zwartwitte vogel. In deWaitomo Valley heeft een gids ons met 8 anderen gebracht naar een grot met glowworms. We liepen zo de grot binnen en hebben heel stil in een rubberbootje gekeken naar het plafond waar die wormen als sterretjes aan draden hingen in het pikke donker. Het vulkanische White Island (50 km uit de kust) is weer een totaal andere belevenis. Met een boot voeren we er naar toe, onderweg af en toe vergezeld door groepjes dolfijnen, die nauwelijks met een camera te volgen waren. Vlak voor het eilland stapten we in een rubberboot over, die ons aan wal bracht. Direct kregen we een helm en een gasmaskertje mee. Alles op die vulkaan pruttelt, stoomt en sist in diverse kleuren. We werden vooral verzocht de gids in een lijn te volgen want daabuiten wordt de grond je te heet onder je voeten. Het was een fantastisch en stinkend schouwspel!
Dit verhaal hopen we z.s.m. te kunnen illustreren NZ foto's, want we over 2 dagen verruilen we dit land voor Sumatra, met geheel andere sferen.
groetjes Theo & Hennie
Wildlife op het Zuider eiland
Inmiddels zijn we bijna 14 dagen in NZ en 2500 km verder. Het links rijden met het stuur rechtsen een 6-versnellingspook met de lionkerhand bediend begint al aardig te wennen. We proberen foto's te plaatsen, maar de verbinding is vaak heel traag, een gedoe dus. De oorspronkelijke bewoneerrs de Maouri's hebben we in Christchurch ontmoet. Zie hiervoor de foto van Hennie tussen hen in. We voegen hier een quizvraag aan toe: zoek de verschillen! het begint hier rustig te worden, want de zomervakantie is eind januari geeindigd. De Japnners hebben altijd vakantie, want die worden met busladingen overal aangevoerd. We zijn de 45ste zuiderbreedte graad gepasseerd. Dit is in vergelijking met Europa de lijn Bordeaux/Turijn, maar dan net zover ten zuiden van de evenaar. Met de warmte viel het de eerste dagen nogal tegen. Frisse oosten zeewind met een kracht van 120 km per uur en een temperatuur net zoveel boven nul als in Nederland onder nul, maar gelukkig zijn hier de rayonhoofden nog niet bijeen geweest. De wind kou en regen speelden ons parten bij onze wandeltocht rond Mt. Cook, de hoogste berg van NZ van wel 3754 meter. De eerste hangbrug over een ravijn was nogwel te doen, maar de brug daarna bleek echt een brug te ver met zo'n storm. Toch hebben we mooie mysterieuze foto's. Het kan je zomaar gebeuren dat je midden op de highway voor een kudde overstekende schapen moet stoppen. Dat zijn er niet enkele, maar honderden! Soms meen je in de verte een korenveld te zien, maar bij het naderen van dat veld zie je dat het geen wuifende volle korenhalmen zijn, maar krioelende bolletjes wol. Het is wel grappig om te lezen dat sommige boerdeijen het opschrift hebben Pastoral Farm. Zo'n herderlijke boperderij is wel heel letterlijk genomen. Vlak voor Lake Tekapo zijn de bergen oranje, geen enkele boom te zien, velden met geel gras. Echter na een haarspeldbocht doemt daar ineens een prachtig turquoise meer op. Het Lake Tekapo is werkelijk prachtig! In de zon ziet het er oogstrelend uit. voor het eerst kunnen we ons in een korte broek hijsen. Ons volgende markante punt is Oamaru, waar tegen de schemer de blauwe pinguins (de kleinste ter wereld, 25 cm) de zee uit komen om hun kroost te voeren in de holen van de rotsen. Het is zo'n grappig gezicht om de pinguins in groepjes van 10 op een golf aan te komen zien drijven! Een enkeling verdwaalt richting parkeerplaats. Het advies is dan ook om voor vertrek goed onder je auto te kijken. Verderop in Busty Beech treffen we de geelogige pinguins, die individueel de zee uit waggelen voor het zelfdfe doel als de blauwe. Veel vrijer en dichterbij zie je deze beesten in de buurt van Portobello, vlakbij Dunidin. Hier vliegen ook de prachtige albatrossen met een vleugelspanwijdte van 3,5 meter. Een wandeling door de bergen en langs de kust levert een mooie kijk van dichtbij op. Daarbij de zee tussen de rotsblokken vinden de zeehonden hun natte speelplaats en is het een gekrioel van deze beesten. Een enkele zeeleeuw ligt er ook op het strand, waar de pinguins ruim langs lopen, dat ze zeer benauwd zijn voor zeeleeuwen. De pinguins lopen dat direct een steile berg op en zijn dan pas bij hun kids om ze te voeren. De stad Dunidin, gesticht door de Schotten en later 'ingepikt' door de Engelsen heeft 2 grote kerken: de Schotse First Church en de Engelse St. Paul's. St. Paul's is een wat slap aftreksel van zijn Londense grote broer. Een politiek spel is de oorzaak van deze 2 gebouwen. Dunidin is een gezellige studentenstad met veel universiteiten. Op weg naar Milford Sound hebben we in de wildernis gecampeerd, bij een klein snel stromend riviertje met schreeuwende krekels. Groene parkieten zien we rond vliegen door de ons overbekende eenden. Van dichtbij hebben we een kea gespot een practig brutalevogel, die direct aan het rubber van onze camper zat te knagen. Onze rit brengt ons verder naar de camping aan het meer van Manapouri, waar we een prachtige boottocht hebbengemaakt. Captain Cook, die ruim 100 jaar na Abel Tasman hier aankwam, durfde in dit regenwoud tussen de fjorden niet verder te varen omdat hij vreesde er niet meer uit te komen. Mooie maar twijfelachtige geluiden werden al snel de naam van dit gebied: Doubtful Sound. We hebben de boottocht om 7.00 uur meegemaakt. Oordeel zelf over hoe prachtig het aankomende daglicht speelt met de bergen en het water. We hebben een lucky day met de zon , want het regent er veel. De neerslag wordt in de National Park niet in millimeters maar in meters per jaar gemeten: ongeveer 40 meter per jaar!!! Hoewel we Deed hadden meegenomen voor onze tour in Indonesie komt het hier ook goed van pas tegen de sandflies. Maar ja, zoals Cruyff al zei : ' Je heptse pas door als je gebeten bent.' Na de boottocht hebben we nog heerlijk gezwommen in Lake Manipoura. In oost NZ was het zwaar bewolkt en hier in het westen wordt het steeds warmer. We staan nu in Wanaka. Gisteren hebben we o.a een moslima zien bungy jumpen vanaf de wereldberoemde Kawarau Bridge, waar het bungy jumpen ooit is gestart. Loes wat vreselijk eng dat jij2 jaar geleden ook van deze brug afgesprongen bent!!! Vanochtend hebben we ontbeten in de zon. We proberen nu nog wat foto's te plaatsen en wensen jullie veel ijspret!
groetjes van Theo & Hennie
Sydney en het Zuiderlijk eiland van Nieuw Zeeland
Daar zijn we dan. Iedereen die ons wilde volgen moesdten wij even laten wachten, want hoewel de vliegreis tot Sydney voorspoedig verliep zijn we op Schiphol met Ipad het vliegtuig ingegaan en zonder Ipad er weer uitgekomen. Ook jammer voor alle Wordfeud-spelers. Na een gezamenlijk hapje op Schiphol zwaaiden onze kinderen ons uit. Daar gingen we, elkaar niet uit het oog verliezend, want onze fel oranje en gifgroene Ukkie pillows zaten zichtbaar op onze rugzakken: heerlijk om in het vliegtuig tegen aan te slapen. Tijdens de zogenaamde technische stop in Kualalumpur ging het mis met de Ipad: zomaar verdwenen. Het duurt even om je daar overheen te zetten, maar na een stop in Jakarta kwamen in Sydney aan. Drie dagen verbleven we in het Y -Hotel, een low budgetonderkomen van de YMCA. Ja, ze zitten overal. Sydney is een stad met oud en nieuw qua gebouwen door elkaar. In de Botanische tuinen hebben we de grijskopvleerhond in de bomen zien hangen, heel bizar! De stad doet ook wel denken aan Londen met de zelfde straatnamen. De eerste dag hebben we in de regen de omngeving verkend. Michelle, nicht van Hennie met echtgenoot Don en zoontje Gabriel, hebben ons meegenomen naar Mandy (met de ferry). Prachtig! Veel zwemmers en surfers hebben 'fun' , totdat er een stem uit de luidspekers schalt dat iedereen het water uit moet, want er zijn haaien gesignaleerd. Niou, dat vinden wij Hollanders wel spectaculair... Eens even kijken waar ze zijn, camara in de aanslag, en dan.... gebeurt er helemaal niets. Na 10 minuten gat iedereen het water weer in, want het gevaar lijkt geweken. Een normaal verschijnsel blijkt. Het Opera House hebben we van binnen en van buiten van alle kanten gezien, maar vanaf het water is dit wereldwonder het mooist! 3 dagen Sydney vliegen om en dus vliegen wij er ook weer uit, op weg naar Christchurch, New Zealand. De taxi bracht ons naar de campervan verhuurder. We hadden alles van te voren goed geregeld, maar die ene vraag: ' May I have your passports, please?' , deed Hennie wit wegtrekken, want die lagen nog bij de X Ray controle op het vliegveld, waar Theo zijn wandelschoenen moest laten schoonmaken ivm ongerechtigheden uit de Hollandse klompenpaden. En daar zijn de Kiwi's heel allergisch voor! Gelukkig was de tas bij de politie afgegeven. Na een korte instructie vertrokken we met ons huisje op wielen. De komende 25 dagen is dit ons verblijf. In Christchurch biedt de binnnenstad een troosteloze aanblik: veel wegen zijn afgesloten, bulldozersruimen het puin van 2 aardbevingen op. Winkeliers hebben hun spullen uitgestald in containers, die lijken op studentenwoningen op de Nederlandse campus. De buitenwijken zijn nog mooi en in tact. Op naar Kaikoura voor whale whatching. Met een snelle boot vertrokken we om 07.15 uur naar de plek waar walvissen te zien zijn. We hebben er 2 gespot. Walvissen komen aan de oppervlakte en zuigen daar hun longen vol zuurstof. Na ongeveer 10 minuten zie je ze als een rechte streep zich krommen en naar beneden gaan voor voedsel. Op dat moment komt de staart hoog uit het water en verdwijnt weer geheel voor 15 minuten. GROOTS! Banks Peninsula is onze volgende stop, onstaan door 2 vulkanische uitbarstingen. Vlak naast de golfbaan is een gigantisch park waar je ook met een camper mag staan. Wij hadden het hele park voor ons alleen met voor ons heel vreemde vogels. Volgens de boekjes hebben we langs een kraterrand gereden: haarspeldbochten, onverhard, steil, niet geschikt voor campers en Hennie, maar wel heel mooi! Dit tochtje hebben we overigens op aanraden van Bart & Loes genomen.
Wordt vervolgd.